Wat er echt gebeurde met Kerst (preek)


Met Kerst zitten we gezellig bij elkaar. Het is de meest knusse tijd van het jaar. Het leek mij dan ook een uitgelezen moment om jullie een bijzonder verhaal te vertellen. Een verhaal over een gestoorde koning die zelfs zijn familie uit de weg ruimt, massale kindermoord, gigantische migratie, vluchtelingenproblematiek en sociale ongelijkheid. Precies, ik ga jullie het Kerstverhaal vertellen. Maar, niet de versie die je waarschijnlijk in je hoofd hebt zitten. Ik probeer zo dicht mogelijk te blijven bij wat er waarschijnlijk écht gebeurde. Hebben jullie zin om al je romantische beelden bij het Kerstverhaal aan diggelen te zien vallen? Fantastisch! Daar gaan we!

Verwachting
Ik neem jullie mee naar het Midden-Oosten van ca. 2020 jaar geleden. Het jaar 0. Ongeveer. Zo’n 400 jaar geleden kwamen de Joden terug uit ballingschap. Na een periode van 70 jaar leven in een ander land, nadat Jeruzalem en de tempel waren verwoest, keerden zij terug naar hun land. Ze begonnen de boel weer op te bouwen. Maar God liet na de laatste profeten weinig meer van Zich horen. De hemel leek gesloten. God had beloften gedaan van een komende Messias. Iemand die als Koning zou regeren in Jeruzalem. 400 jaar lang wachtte men op deze Messias. 400 jaar! Dat is alsof iemand je in de Gouden Eeuw iets heeft beloofd heeft en je het nog steeds niet hebt ontvangen. Na de Babyloniërs en de Perzen kwamen de Grieken en vervolgens de Romeinen. Joden woonden in Israël, maar daar was ook alles mee gezegd. Ze leefden onder vijandelijke overheersing en hadden zelf weinig in te brengen. Veel land werd beheerd door de Romeinen, men betaalde een hoop belasting en veel boeren werden niet eerlijk behandeld. De situatie leek hopeloos. Af en toe plopte er iemand op die pretendeerde de Messias te zijn, maar elke poging om de vijand omver te werpen en het land te bevrijden mislukte. De Joden bungelden continu tussen hoopvolle verwachting en diepe teleurstelling. Het was een moeilijk tijd, valse Messiassen, wrede leiders, vijandelijke overheersing, politieke en religieuze druk, sociale en economische ongelijkheid. Het was een donkere tijd. Wanneer zou God komen en weer regeren vanuit Jeruzalem? De woorden die de profeet Jesaja sprak over Jeruzalem leken ver weg, misschien zelfs wel onhaalbaar.

Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de HEER. Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over jou schijnt de HEER, zijn luister is boven jou zichtbaar. Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van je schijnsel. Open je ogen, kijk om je heen: ze stromen in drommen naar je toe; je zonen komen van ver, je dochters worden op de heup gedragen. Je zult stralen van vreugde als je het ziet, je hart zal van blijdschap overslaan. De schatten van de zee zullen je toevallen, de rijkdom van vreemde volken valt je in de schoot. Een vloed van kamelen zal je land overspoelen, jonge kamelen uit Midjan en Efa. Uit Seba komen ze in groten getale, beladen met wierook en goud. Zij verkondigen de roemrijke daden van de HEER. Alle schapen en geiten van Kedar worden voor jou bijeengedreven, Nebajots rammen staan je ter beschikking; ze zijn weer welkom als offer op mijn altaar. Mijn tempel zal ik in alle luister herstellen.

Maria
In die tijd leefde Maria. Een jonge meid, waarschijnlijk ergens tussen de 12 en de 14 jaar. Ze was verloofd met Jozef. Ze had daar zelf waarschijnlijk niet veel over te zeggen gehad, maar ze was blij met hem als toekomstige man. Hij was een jaar of 19 en kwam liefdevol en warm over. Maria deed haar best om te leven zoals het hoorde. Op een dag, toen ze thuis bij haar ouders was, gebeurde er iets heel vreemds. De deur ging open en er kwam een persoon binnengelopen. Hij had een verschijning die ze moeilijk kon plaatsen, die ontzag in haar opwekte. Hij stelde zich aan haar voor als Gabriël en vertelde dat hij door God was gezonden. Hij zei: ‘De Heere is met je. U bent gezegend onder de vrouwen!’. Toen hij zag dat ze stond te trillen van angst stelde hij haar gerust: ‘Wees niet bang Maria, want je hebt genade gevonden bij God.’ Duizend vragen vlogen door haar hoofd. Gabriël vertelde dat ze zwanger zou worden en een Zoon zou baren. Ze moest hem Jezus noemen. Hij zal Zoon van de Allerhoogste genoemd worden en een Koninkrijk komen brengen waaraan in eeuwigheid geen einde zal komen. Toen ze zich afvroeg hoe dat dan kon, ze had ten slotte nog geen seks gehad met Jozef, vertelde de engel Gabriël haar dat de Heilige Geest over haar zou komen en de kracht van de Allerhoogste haar zou overschaduwen. Hij bevestigde dat dit wonder door een ander wonder te vertellen: haar nicht Elizabet was ook zwanger. Elizabet? Maar, die was toch onvruchtbaar? ‘Geen ding zal bij God onmogelijk zijn’ benadrukte Gabriël. Maria was compleet flabbergasted. Haar jonge tienerbrein plofte bijna uit elkaar. Maar, als dit inderdaad een boodschap van God was dan kon ze niet anders dan er aan gehoorzamen. ‘Laat maar met mij gebeuren wat u zegt’ antwoordde zij de engel. Hierop draaide de engel zich om, opende de deur en verliet het huis. De weken gingen voorbij. Maria had geen idee wat dat ‘overschaduwen’ betekende of dat de Heilige Geest over haar zou komen. Het enige wat ze kon zien was dat er inderdaad iets in haar buik aan het groeien was.

Jozef
Het moet op een bepaald moment opgevallen zijn. Langzaamaan begonnen de verhalen te ontstaan. Ook Jozef moet deze verhalen gehoord hebben. En ook hij kon zien dat er iets groeide in haar buik. Toen zij hem vertelde dat een engel haar bezocht had en vertelde over de zwangerschap belandde hij in een emotionele rollercoaster. In jouw Bijbel lees je dat Jozef hier goed over nadacht en het liet bezinken. Het woord dat er wordt gebruikt duidt echter meer op een soort woedend rondlopen. Hij moet vol boosheid hebben gezeten. En dat is heel begrijpelijk. Wie zou er niet boos zijn als je verloofde plots zwanger bleek, je zelf zeker weet dat je er niet verantwoordelijk voor bent en ze vervolgens komt met een verhaal over een engel die zegt dat ze een komende Koning ter wereld zou brengen. Jozef was een hardwerkende timmerman en een vrome Jood. De wereld mocht dan een puinhoop zijn, hij had zijn leven aardig op orde. Dit dreigde zijn hele toekomst te verpesten. Als Jood wilde hij leven volgens de Tora, maar die was vrij duidelijk: bij dit soort overspel was de consequentie steniging. Ze zouden haar meeslepen en bekogelen met stenen. Jozef was boos, maar niet zo boos. Hij wilde recht doen aan wat God voorschreef, maar hij voelde ook compassie voor deze dertienjarige meid. Hij besloot te gaan voor de weg van compassie, hier schreven de profeten ten slotte ook over. Hij wilde in stilte van haar scheiden. Er was een mogelijkheid om dat stilzwijgend te doen, waardoor publieke bestraffing voor Maria uit zou blijven. En dan, één nacht, kreeg Jozef een droom. Een engel verscheen aan hem en bevestigde wat Maria had gezegd. Het was inderdaad uit God. Dit kind zou Zijn volk zalig maken van de zonden. Hij besloot gehoor te geven aan de oproep bij Maria te blijven. Een keuze met immense sociale gevolgen. Iedereen wist dat die zwangerschap niet ‘koosjer’ was. Iedereen moet zowel Jozef als Maria met de nek hebben aangekeken. Elke keer als Jozef uitlegde over de droom die hij had, moeten mensen hem hebben uitgelachen. En als hij vertelde over zijn Zoon die redding zou brengen van zonden werd men boos. ‘Redding van zonden? Als we al een redder nodig hebben is het één die deze verdraaide Romeinen het land uit schopt!’

De reis
In Maria haar derde trimester werd er een decreet afgekondigd: iedereen moest zich in de stad van zijn voorouders laten inschrijven. Jozef had als man in het gezin zelf kunnen gaan, maar besloot om Maria mee te nemen. Het was -gezien de hele situatie- voor haar veel te gevaarlijk om alleen thuis te blijven. Ze gingen op weg naar Bethlehem in Galilea. We weten niet hoe Maria die reis gemaakt heeft, maar het moet een moeilijke tocht geweest zijn voor een hoogzwangere vrouw. Hoewel het enorm druk moet zijn geweest in een dorp wat qua grootte ongeveer een vierde van Bennekom is, had Jozef genoeg tijd om een fatsoenlijke slaapplek voor hem en Maria te vinden. Als afstammeling van David moet men hem en zijn vrouw met open armen hebben ontvangen. De woorden ‘Ik ben Jozef, zoon van Heli, zoon van Mattat, zoon van Levi’ moeten deuren voor hem geopend hebben. En het feit dat hij met een hoogzwangere vrouw rondliep zouden de gastvrije Bethlehemmers nog veel gastvrijer maken. Hij werd ontvangen in een woning waar -door de drukte- geen plek meer was in het gastenverblijf. Veel huizen in die tijd hadden twee kamers: een gedeelde leefruimte en een verblijf voor gasten wat achter of bovenop het huis zat. Daarbij had een gemiddelde boerenwoning in de gezamenlijke leefruimte een trappetje wat naar een lager gedeelte leidde. Hier werden ’s nachts de dieren binnengehaald om te voorkomen dat ze gestolen werden en het zorgde nog voor extra warmte ook. Jozef en Maria verbleven in de gezamenlijke ruimte voor een gastgezin wat hen en andere reizigers met open armen ontvingen. Het moet voor Maria te zwaar geweest zijn om na de inschrijving weer terug te gaan. Ze bleven dan ook in Bethlehem tot Maria zou bevallen. Op het moment van de bevalling verlieten alle mannen, inclusief Jozef het huis en hielpen de vrouwen en de lokale vroedvrouw haar er door heen.

De herders
In diezelfde periode hielden er een paar herders ’s nachts de wacht over de schapen. Door de geestelijke leiders en de vrome Joden werd neergekeken op deze groep mensen. Hoewel de Psalmen en de Profeten geregeld spraken over ‘herders’ in positieve zin, werden ze gezien als een onrein zooitje ongeregeld. Mensen die onder aan de sociale, economische en religieuze ladder stonden. Grote kans dat ze daar in dat veld bij een vuurtje niet bepaalde de Tora aan het bestuderen waren. Toch verscheen aan deze groep plots een engel. Het moet een indrukwekkende gebeurtenis geweest zijn, aangezien de Bijbel spreekt over de heerlijkheid van de Heere die hen omscheen. Ze werden doodsbang. Zij als zondige, onreine herders in de aanwezigheid van de almachtige, heilige God. Dit kon niet anders dan hun dood betekenen. Dit was echter niet het geval! De engel kwam zelfs met een vreugdevolle boodschap over de geboorte van de Messias. Blijkbaar nam dit hun angst niet weg, want het was nodig dat de engel benadrukt: ‘u zult het Kindje vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe’. Bij het woord ‘koning’ moeten de herders gedacht hebben dat ze daar nooit op bezoek konden komen. Echter, een Kindje gewikkeld in doeken, zo doen alle boeren in de omgeving dat. En liggend in een kribbe, een voerbak voor de dieren? Opeens werd die Messias ook voor hen toegankelijk. En alsof de hele gebeurtenis nog niet indrukwekkend genoeg was, verscheen daar plots een menigte van de hemelse legermacht die God loofde. Toen het allemaal voorbij was, twijfelden de herders geen moment. Ze moeten alle huizen langsgegaan zijn om te vragen naar een pasgeboren baby. Uiteindelijk vonden ze Hem. Zij waren buiten zichzelf van vreugde. Zij, een stel kansloze herders, waren welkom bij de ‘Zaligmaker’. Ze vertelden het aan iedereen. Na acht dagen werd de baby volgens Joods gebruik besneden en ontving Hij de naam Jezus.

De wijzen
Lange tijd daarna -Jozef, Maria en Jezus moeten allang weer terug in Nazareth zijn geweest- waren er een aantal wijzen naar hen onder weg. Een groepje mensen, we weten niet hoeveel, die kundig waren in de wetenschap van het toenmalige Arabië. Bedreven in het lezen van de sterren. Opvallend is dat je in jouw Bijbel leest dat deze wijzen uit het Oosten een ster zagen opgaan in het oosten. Dit roept de vraag op: als ze die achterna gingen, zouden ze dan niet in India moeten zijn geëindigd? Ook hier zie je weer hoe bepalend vertaling kan zijn: het woord voor ‘oosten’ in het Hebreeuws houdt vooral verband met ‘opkomen’. Er zou dus eigenlijk zoiets moeten staan als: ‘wij hebben zijn ster zien opkomen’. Deze wijzen waren heidenen uit Arabië, niet-Joodse figuren met een hoop rijkdom, die blijkbaar bekend waren met het feit dat er een Koning geboren zou worden. Zo’n 400 jaar daarvoor was er een Joodse man, genaamd Daniël die leefde in Babel en het door zijn wijsheid schopte tot een prominent figuur aan het koninklijk hof. Dit is allemaal giswerk natuurlijk, maar het zou niet verbazingwekkend zijn als zijn Joodse invloeden nog ergens onder de veelgelezen boekrollen te vinden was. Hoe die wijzen er ook op kwamen, ze besloten op weg te gaan. En brachten geschenken mee. Na een omzwerving via Jeruzalem leidde God hen op wonderlijke wijze naar het Kind. De Koning van de Joden. Eerst de onreine herders en nu de onreine heidenen uit het Oosten, ze zijn al vanaf het begin welkom bij Jezus. De profetie uit Jesaja 60 over Jeruzalem krijgt opeens een hele andere lading. Uit allerlei hoeken komen ze naar de Koning van de Joden toe. Niet als een ondoordringbaar fort met hoge muren, maar als een kwetsbaar Kind in de armen van Maria.

De kindermoord
Het is aanlokkelijk om het verhaal hier te stoppen. Dit is een fijn einde van het Kerstverhaal. De kindvriendelijke versie in ieder geval. In het Evangelie van Mattheüs gaat het verhaal verder op een tragische manier. We lezen over koning Herodes. Koning Herodes was van afkomst Arabier, religieus was hij een Jood, cultureel vooral een Griek en politiek nadrukkelijk een Romein. Herodes was een complex figuur. Een tijd lang hield hij de macht aardig vol, maar aan het einde van zijn leven verloor hij alle grip. Hij draaide volledig door. Zijn eigen kinderen, die een gevaar vormde voor zijn machtspositie legde hij om. Hij doodde zijn eigen vrouw. Hij trouwde met tien vrouwen. Vlak voor zijn dood gaf hij nog de opdracht om allerlei hooggeplaatst figuren in een stadion te zetten, met de opdracht hen te vermoorden als hij zou sterven. Dit allemaal zodat men bij zijn dood rouw zou bedrijven. Deze Herodes zag in deze pasgeboren Koning van de Joden een bedreiging. Hij gaf het bevel om alle kinderen tot twee jaar te doden. Een intens drama. Jozef werd gewaarschuwd in een droom en zij wisten op tijd te vluchten naar Egypte. Een situatie die verdacht veel lijkt op wat een klein jongetje genaamd Mozes eeuwen daarvoor ook overkwam, vlak voordat hij zijn volk uit de slavernij bevrijdde. De geboorte van Jezus speelde zich af met op de achtergrond een hoop leed en zelfs de verschrikkelijke gruweldaad van Herodes. Jezus, de Zaligmaker, stapt binnen in een wereld die aan alle kanten kraakt en gebroken is. We zien in het Kerstverhaal scherp de ernst van het kwaad waar Jezus ons van kwam bevrijden. Een zelfde kwaad wat Jezus zo’n 33 jaar later aan het kruis nagelde. God kwam in het Kindje Jezus naar ons toe, zette Zijn voeten in de modder en rauwheid van het leven en liet daar doorheen zien dat niets voor Hem onmogelijk is. Iemand schreef: ‘Als het Evangelie in de tijd en situatie van Jezus kon opbloeien, dan kan het overal.’ Hij koos juist de rauwe, gebroken en donkere kanten van het leven uit om van daaruit te kunnen zeggen: 'ik ben met jullie'. Amen.

shallow focus photo of the Nativity figurine

Reacties

Populaire posts van deze blog

Advent #1 (2020) | Machteloos verwachten

4e Advent 'Jezus onder puin'

1e Advent 'Sorry'